woensdag 30 maart 2011

Blijf!


Hier moest ik even naar kijken voordat tot me doordrong wat het voorstelde. Je zou er een gezin in kunnen zien, in deze kluwen die uit mensen bestaat. Ze staan dicht opeen, ze omarmen elkaar, ze laten elkaar niet los. Het werk van Van Herwaarden gaat over het interpreteren van menselijk gedrag. Onze maatschappij lijkt los zand, wat relaties betreft, maar de sociale media hebben die visie toch enigszins gecorrigeerd. Denk maar aan de spontane zoektocht naar Thio in Amsterdam. Mensen kunnen nog steeds een eenheid vormen, voor langere of kortere duur. En de kern van de samenleving blijkt nog steeds het gezin te zijn. Maar die (familie)banden hebben ook een keerzijde en vooral die keerzijde beklemtoont Van Herwaarden in haar werk: relaties hebben twee gezichten. Dat geldt voor familieleden, vrienden maar ook voor collega’s of sportgenoten. Op welk moment gaat heldenverering over in schaamteloos toeeigenen? Wanneer gaat genegenheid over in onderdrukking? Liefde en adoratie kun je analyseren door gedrag te bestuderen want liefde is – net als God, natuur en identiteit (het Ik) – een lastig fenomeen. Emoties zijn ons allen bekend maar hoe bestudeer je emoties?
  

Op de achtergrond zie je de uitvergrote projectie van een van haar werken. Het imponeert. Misschien is dat wel de volgende stap in haar werk, dat Van Herwaarden op groter formaat gaat werken. Op deze opname zie je trouwens erg goed dat de figuren uit een stuk papier zijn gevormd. De materie waaruit de figuren bestaan is gelijk. En de touwen die je ziet – het zijn in werkelijkheid dunne draadjes – zijn de leidingen naar boven. Ze hangen er nu slap bij maar daar kan verandering in komen. Je kunt ze interpreteren als de motieven en de impulsen waardoor de personages in het leven worden geleid. Je zou van leidraad kunnen spreken, maar dan in het meervoud.


Hoe vaak heeft Caren van Herwaarden het al niet getekend, die kring van mensen, vaak van bovenaf gezien. Nu zie ik het letterlijk voor me. De dame in het blauw is lang aan het woord, ze heeft heel wat te vertellen. Ik ben altijd meer geïnteresseerd in wat mensen doen dan wat ze zeggen. Dat zegt vaak meer.  Het valt me op hoeveel mensen hun armen over elkaar hebben geslagen. Ook de leeftijd van het publiek springt in het oog: nagenoeg allen zijn de vijfenveertig gepasseerd, zo niet de vijftig. Het publiek is wit en dat valt me waarschijnlijk op omdat ik zelf in de Bijlmer woon.


Voordat iedereen de galerie binnen komt, neem ik alvast een kijkje. Mooi werk, compacter lijkt het te worden, urgenter. De lichamen zijn vaak donkerder, intenser, dreigender misschien wel: de lading is zwaarder. Soms is de verstrengeling verstikkend. Ook de nieuwste werken van Van Herwaarden zijn nog steeds getekend, gewassen zelfs. Een mooie uitdrukking in dit verband.


Deze dame nipt aan haar glas. Ze is opgenomen in de voorstelling van het spiegelende glas. Alleen zichtbaar onder een bepaalde hoek.


Blijf! is de titel van de catalogus van Caren van Herwaarden.  Deze catalogus is op zondag 20 maart gepresenteerd in museum De Pont in Tilburg. Het is een prachtig boekwerk geworden. Geheel in de geest van Van Herwaarden: ze heeft er zelf veel aandacht aan besteed (soms tot wanhoop van de vormgever). Ook de fotografie laat niets te wensen over: perfect. 
Toch mis ik iets: het overzicht. Ik zou graag een overzicht willen zien van het werk dat Van Herwaarden tot nu toe heeft gemaakt. Met behulp daarvan zou je haar ontwikkeling als kunstenaar kunnen volgen. Wellicht moet ik nog even geduld oefenen. Voorlopig moet ik het doen met haar website.

zaterdag 22 januari 2011

Bert Jacobs - Local Hero in CBK Zuidoost

Druppels, druipers, strepen, vlekken, vegen, slingers: de losse toets van Bert Jacobs leent zich uitstekend voor expressieve uitingen. Wat we zien is verf, vooral verf en dan pas afbeelding. Of is het eerst de expressieve kracht van de afbeelding die we opmerken, dan de verf op het doek en dan – nagenoeg met de blik naar binnen gericht – even een pauze: het zoeken naar verbanden en betekenissen?
Zijn vluchtige toets is de constante, zijn onderwerpen variëren: van een macabere dans tot een pakezel, een boom vol geslachte kippen en opvallend mooie portretten van gehavende mannen.
Dans Macabre (Zonder titel, 2010): de dansavond is uitgedraaid op een drama met dodelijke gevolgen, de winnaars weten niet van ophouden, het enige jurylid dat nog in leven is, houdt het paar nauwlettend in de gaten want er moet altijd een getuige zijn. Op de vloer van liggen verfrommelde gewaden, sporen van overrompeling. De nummers spreken voor zich. Rode spetters wijzen op een dramatisch verloop van de wedstrijd. Wie de overlevenden op dit Wagneriaanse bal zijn hoeven we ons niet af te vragen. Ze zijn de hoofdpersonen op dit doek.
De twee kleinere doeken (2010) –  het lijken portretten – maken echt indruk, niet zozeer vanwege het bescheiden formaat (50 x 60 cm) maar omdat beide zo suggestief zijn. Je moet gissen naar wat zich hier afspeelt maar geweld is niet ver. Het lijkt alsof het zich nog steeds afspeelt, alsof de film even is stopgezet. Stills dus, maar dan synchroon met de werkelijkheid.
Bert Jacobs, geboren in 1983 is een hardwerkende schilder die zo te zien schildert in de traditie van de zogenaamde Tilburgse school (Ronald Zuurmond, Reinoud van Vught, Marc Mulders) en van grote Britse schilders als Frank Auerbach, Francis Bacon en Lucian Freud: expressief dus. Dat concludeer ik uit zijn manier van schilderen, want tijdens de opening heb ik hem nauwelijks gesproken. Wel heb ik een tijdlang met zijn ouders gepraat en van hen hoorde ik Bert al vanaf zijn vroege jeugd bezig is geweest met kunst. Zijn moeder heeft al de tekeningen uit zijn jeugd bewaard.
Jeroen Beker, voorzitter van Stichting Open Ateliers Zuidoost, heeft de expositie op vijftien januari geopend. Dat deed hij met verve.

52.3245140°N, 4.9601943°E // EN DE AARDKLOOT:
zo heeft Bert Jacobs de expositie genoemd.

Nb
De foto's van de hier afgebeelde schilderijen zijn uitsnedes van een grotere schilderijen.

links

dinsdag 12 oktober 2010

Tussen

Tussen speelt zich voornamelijk af in het donker. Aan het begin van de voorstelling is alles onscherp, traag en zwaar. Een kluwen lichamen? Het vlot van de Medusa van Gérôme Géricault? De Schatten van  Satan van Jean Delville?  De uitgebalanceerde belichting houdt je lang in onzekerheid. Je wilt dat alles helder wordt maar tegelijkertijd wil je dat deze slepende voorstelling doorgaat, deze beweging die tot niets leidt, die de leden van de groep aan elkaar klit als een primordale meute. Zal er iemand opstaan uit deze groep, zal iemand zich ooit kunnen losmaken van deze bewegende slangenkuil?
Tijdens een eerste poging maakt de man met kaal geschoren hoofd, gekleed in bleekgroen gewaad, zich los (een mooie rol van Kenzo Kusuda). Een van de vrouwen volgt hem, ze sleept zich over de grond naar hem toe. Met zijn rechterhand grijpt hij in haar mond en houdt haar zo in bedwang. 
De scheiding gaat gepaard met afkickverschijnselen. Een onophoudelijk beven geselt hun lichamen: de groep trilt.  Deze scene roept bij enkele toeschouwers de onbedaarlijke neiging op om te gaan lachen. Maar om zoiets lach je niet. Die impliciete gedragscode creëert een geweldige spanning. De vrouw rechts voor mij kan zich nauwelijks inhouden. Haar onderdrukte manier van giechelen kunnen ook andere aanwezigen moeilijk weerstaan. Nog even en ik barst zelf in lachen uit: schaamte weerhoudt mij, op het nippertje.
Er wordt geen woord gezegd tijdens de voorstelling, al doet de groep een poging zich kenbaar te maken, ze stoten ongearticuleerde klanken uit.  Wat je hoort is de echo van netwerkers op feesten en recepties. Wellicht probeert Schweigman te visualeren wat  Mallarmé ooit zo onder woorden heeft gebracht, in een heel andere context: Donner un sens plus pur aux mots de la tribu (de groep zoekt naar zuiverheid, naar opgaan in en afscheiden van de groep en misschien wel naar een taal die nog niet bestaat).
Als de leden tenslotte aan de dwingende greep van de groep  ontsnappen, staan ze op en kijken ze het publiek recht in de ogen. Het zijn mensen geworden: vier vrouwen en drie mannen. Ze lijken gekwetst. In hun blikken lees je vooral verwijt. Het publiek voelt zich schuldig. Van het zenuwachtige gegiechel is niets meer te bekennen. Beklemming heerst alom. Tijdens de ogenblikken van volslagen duisternis – een seconde of vijf schat ik – begeven een paar spelers zich in het publiek. Het meisje in  blauw  satijn legt zich tenslotte te ruste op de knieën van de toeschouwers die voor mij zitten. Nog even en Ophelia is niet meer.
Het is een suggestieve voorstelling: telkens als het licht na een paar tellen is gedoofd, blijven de beelden van de gestalten op het toneel nog even op je netvlies hangen. De beelden veranderen langzaam van kleur maar voordat het amorfe grijs overgaat in volslagen duisternis, staan er weer mensen van vlees en bloed op het toneel. Het ontregelende staccato van stilte en geluid, van licht én afwezigheid van licht begint opnieuw. Overal bespeur je ritmes: in ademhaling, beweging, licht en geluid maar vooral in intensiteit. Er wordt voortdurend strijd geleverd. Maar de vraag of er iets wordt geboren of iets afsterft wordt niet beantwoord.  Het zijn retorische vragen, verpakt in filmische visualisaties.  Tegenwoordig noemen we dat een performance.

Info
  • Tussen is een productie van Boukje Schweigman. 
  • Gezien in Frascati, Amsterdam. Met een sterke rol van Kenzo Kusuda. 
  • Donner un sens plus pur aux mots de la tribu: dit citaat komt uit Au Tombeau d'Edgar Poe van Stéphane Mallarmé: 1875
  • Het vlot van de Medusa van Géricault: 1818 
  • De Schatten van  Satan: 1895
  • Jean Delville: 1867 -1953
    link
    http://boukjeschweigman.nl/

    vrijdag 2 juli 2010

    Caren van Herwaarden in AMC

    De mensfiguren in het werk van Caren van Herwaarden maken zich steeds vaker los van de ondergrond van papier. Vooral als je het werk zo fotografeert dat de weerspiegeling in het glas van de vitrines een eigen leven gaat leiden.



    Links

    Brummelkamp Galerie
    Caren van Herwaarden

    zaterdag 17 april 2010

    Iconen

    Haar schilderijen zijn gemaakt naar modellen van kinderen. Ze dragen een doornenkroon, een sluier of ze zijn geblinddoekt. Of hun ogen zijn voorzien van een apart laagje verf - een schelpje - waardoor het staren wordt beklemtoond. Of het gebit is geen gebit maar decoratie: niet eten maar showen is belangrijk. Een beugel als statement. Waarom kinderen, vraag ik haar? Hun gezichten zijn nog niet getekend, antwoordt ze. Leeftijd als onschuld.

    Katinka Lampe signeert haar catalogus voor Gelske (die vandaag 51 is geworden). Dat lijkt me een mooi cadeau. Het huidige werk van Lampe doet denken aan dat van Kikki Lamers. Ze hebben beiden gestudeerd aan de Sint Joost in Den Bosch (officieel de Koninklijke Akademie voor Kunst en Vormgeving).

    Dit is werk van Ruud van Empel. Ook hij gebruikt kinderhoofden als icoon, maar in een heel andere setting. Zijn techniek bestaat uit het fotograferen van modellen en het bewerken van de opnames (landschappen, close-ups en portretten). Over picturalisme gesproken. Daarvoor moet je nu in het Rembrandthuis zijn: In atmosferisch licht.

    Bij Gabriel Rolt hangt nu werk van Dawn Mellor. Het thema (vermeende onschuld van een icoon) is verwant aan dat van Lampe maar het uitgangspunt is tegenovergesteld. Het schetsmatige portret van Scarlett Johansson bijvoorbeeld is een toonbeeld van geschondenheid: Each painting isolates the actress in the canvas, with its iconic figure subjected to warped symbolism, acts of violence and physical mutation. Zo vat Gabriel Rolt het thema samen in het persbericht. Iconoclasme op canvas.

    Links
    http://www.ronmandos.nl/exhibition/current
    http://web.ruudvanempel.nl/home.html
    http://www.gabrielrolt.com/exhibitions.aspx
    In atmosferisch licht

    zondag 7 maart 2010

    Chopin

    Frédéric Chopin is vandaag op de kop af 200 jaar geleden geboren, dat wil zeggen: 1 maart is de datum waarop hij in Warschau is gedoopt. Hij is waarschijnlijk op 22 februari 1810 geboren. Soit. De geboortedatum werd ook gevierd op de vleugel - een Schimmel - in het zaaltje van de Vrije Gemeente aan de Vermeerstraat in Amsterdam.
    Julian Bon, die links voor mij zat, maakte tijdens de lezing van Otto Klap en het spel van vier verschillende pianisten een tekening van het concert. Aan hem en aan zijn vader heb ik gevraagd of ik er een foto van mocht maken. Hieronder de handen van zijn vader.
    Tooske Hinloopen, Martijn Smits, Arnout Rosdorff en Jasper Bon waren de pianisten. Martijn Smits was de meest indrukwekkende pianist vond ik, met een heldere articulatie. Hij maakte er een heuse voorstelling van: kort maar krachtig. Jasper Bon speelde ingehoudener en Arnout Rosdorff speelde een etude zoals ik een etude nog nooit had gehoord: met ronde klanken, misschien wel te mooi. Tooske Hinloopen speelde een andere etude heel zorgvuldig, gedecideerd zelfs, hoewel ze het een killer noemde (er was er nog een). Volgende week zondag wordt er in Putten weer gespeeld, dan worden alle 27 etudes van Chopin gespeeld door een twintigtal pianisten.
    Otto Klap, die de inleiding voor zijn rekening nam, kan heel smakelijk vertellen over zijn ervaringen met het spelen van Chopin. Een docente aan het conservatorium in Utrecht, een oud dametje vond hij als zestienjarige, gaf harmonielessen maar op de piano in kwestie bleef een toets haperen. Tooske Hinloopen speelde het voor. En ook Otto Klap moest het zelf nog een keer laten horen.
    In der Beschränkung zeigt sich der Meister, sprak hij docerend, Goethe citerend. En Chopin heeft dat heel goed ter harte genomen, want als je aan Chopin denkt, denk je aan piano. Zo vatte Otto Klap de muzikale prestatie van Chopin samen.

    Dit zijn de handen zijn van Tooske Hinloopen en van Arnout Rosdorff die niet echt veel tijd aan de voorbereiding had besteed. Na drie keer spelen had hij het na vele jaren weer snel onder de knie.
    Tooske Hinloopen had het net over de Suzuki methode gehad, een methode die het accent legt op ontspanning van het lichaam (en de geest), net voordat de handen in beweging komen.

    Link

    www.vrijegemeente.nl
    Chopin Etude Marathon

    zondag 4 oktober 2009

    Alfred Stevens

    Vanmiddag was ik in het Van Goghmuseum waar Sara van Dijk een lezing gaf over Alfred Stevens en de haute culture. Dat is een boeiende lezing geworden want ze ging uitgebreid in op wat voor toiletten de dames destijds droegen. Ze wist het een en ander te vertellen over crinoline, mousseline en kasjmieren sjaals die erg prijzig waren omdat ze in India werden gemaakt en vooral omdat het tweeënhalf jaar kostte om ze te weven.
    Van Dijk vertelde dat de kooiconstructie niet als een gevangenis werd ervaren zoals men vaak denkt. Het lijkt zo'n mooie metafoor, maar de realiteit was dat vrouwen deze constructies ervoeren als een bevrijding. Ze waren gewend aan japonnen die minder bewegingsvrijheid boden omdat er zoveel onderrokken onder zaten die veel zwaarder wogen. Bovendien nam het volume toe.
    De dames, die deze japonnen droegen, leken op hoog opgetuigde zeilschepen die uitvoeren om indruk te maken op de andere gasten die de soirées en de bals bezochten. En dat was natuurlijk de bedoeling.
    Zo'n japon was een statement van de dame in kwestie, een uitdaging aan haar sexegenoten en een van de belangrijkste troeven om haar positie te waarborgen. Zie, hier ben ik. Om mij kun je niet heen.
    Een schilder die ook graag bals schilderde was James Tissot en hij deed dat uitermate levendig. Stevens schilderde bij voorkeur verstilde interieurs.
    In de jaren vijftig was de productie van synthetische verfstoffen ontstaan en in de jaren daarop nam het kleuren van stoffen een hoge vlucht. Er verschenen creaties in blauw, geel, grijs, groen en pink. Elk onderdeel werd met zorg afgewerkt en het geheel oogde monochroom. Het waren kunstwerken op zich.
    Daarbij kwam ook C.F. Worth ter sprake die een nieuwe mode in het Parijs van het tweede Keizerrijk heeft geïntroduceerd. Afkomstig uit een klein dorpje in Engeland, vervolgens leerling bij een kleermaker in Londen, zocht hij als negentienjarige zijn heil in Parijs. En die stad heeft hij veroverd met zijn voor die tijd gewaagde creaties.
    Hij was eigenlijk de eerste modestylist zoals wij die kennen. Met zijn oog voor artistieke vormgeving wist hij door te dringen tot de kring van Pauline Sandor, prinses van Metternich en via haar kreeg hij toegang tot het hof van Eugénie de Montijo, de echtgenote van Lodewijk Napoleon III. Tot de keizerin dus.
    Wat mij interesseert in het werk van Stevens is het feit dat hij de eerste schilder is geweest die de vrouw zo prominent in haar eigen interieur plaatst. Hij begint daarmee in 1855, het is een omslag in zijn werk dat zich tot dan toe als sociaal-realistisch laat omschrijven. Deze gegevens haal ik uit Alfred Stevens, 1823 - 1906, de catalogus die voor deze tentoonstelling is geschreven.
    En wat mij nog meer interesseert is, is dat hij andere schilders als Sargent, Whistler en Tissot beïnvloed zou hebben. Saskia van Dijk beweerde het ook. En dan doel ik op de keuze van het onderwerp, niet op de stijl van schilderen. Dat wil ik graag onderzoeken.
    The Ball is een schilderij van James Tissot, hij heeft het blijkbaar twee keer geschilderd, dit is het beste schilderij vind ik zelf.

    info
    De foto heb ik die middag genomen, wel heb ik de vrijheid genomen om storende elementen weg te halen. Zo is het een klassiek plaatje geworden. De vrouw in kwestie had en heeft natuurlijk hulp nodig bij het aan- en uitkleden.

    Met dank aan het Van Goghmuseum
    De nieuwe snuisterij of India in Parijs, de exotische snuisterij, ca. 1865–1866, Alfred Stevens (1823-1906), Van Gogh Museum, Amsterdam

    Dame in geel of Remember, 1863
    , Alfred Stevens (1823-1906), Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

    Met dank aan Musée d'Orsay
    The Ball, 1880, James Tissot, Musée d'Orsay, Paris

    links
    VanGogh Museum
    Musée d'Orsay, Parijs