donderdag 10 april 2014

Inferno - Yael Bartana


Yael Bartana, Inferno, 2014, single channel DCP video 22 min.
Courtesy Annet Gelink Gallery, Amsterdam

Als beekjes stromen ze vanaf de heuvels naar de kom van het dal: zo komen de groepjes mensen samen in de grotesk uitvergrote tempel die een kopie is van de oude tempel van Salomo en nu voor derde keer wordt opgebouwd: nog dit jaar is hij klaar en wordt hij ingewijd, zogenaamd in de miljoenenstad São Paulo. 
Het is een prachtig beeld: de mensen die uit hun huizen van een immens grote stad worden gelokt en zich als pelgrims verzamelen in het Hoge Huis van de Almachtige: daar waar afzonderlijke mensen één worden en opgaan in de massa. De verhoudingen tussen de tempel en de mens worden geaccentueerd door het eerste beeld dat we te zien krijgen van het interieur van deze tempel: een jongetje doet een paar passen in deze torenhoge ruimte en kijkt bewonderend omhoog. Het licht in de tempel is sereen: hier heerst zuiverheid. 
De verwachtingen die we even later van de gezichten van de aanwezigen aflezen, lijken vervuld te worden tijdens de inwijding van het gebouw. Het geluid van de sjofar klinkt. De menigte die bestaat uit mannen, vrouwen en kinderen, is een feest voor het oog: de witte gewaden, de hoofden  getooid  met groente en fruit, de geiten en runderen voorzien van bloemenkransen. De traagheid van de beelden accentueert het plechtige moment, de groeiende hoop en de stille verwachting (denk aan de verstilde beelden van Bill Viola). Gewijde objecten dalen af uit de hemel.  Drie helicopters komen in beeld: ze zijn op weg naar de tempel. Een zevenarmige kandelaar (menora) bengelt aan een kabel. De dienst begint. Zij die in zijn naam verzameld zijn, kijken verwachtingsvol naar de zwarte hogepriester die het ritueel leidt. De camera zoomt in op zijn expressieve gezicht. Dan zwenkt de camera en zoomt in op de vleugels (van de onzichtbare cherubs) en zie je dat de was tussen de vleugelpennen smelt. Het materiaal lijkt op goud, op het goud van het ooit aanbeden kalf. Het goud smelt en wordt was. Wat er dan gebeurt laat zich raden. Woede maakt zich kenbaar, de woede van een naijverige God. 

Yael Bartana, Inferno, 2014, single channel DCP video 22 min.
Courtesy Annet Gelink Gallery, Amsterdam

Inferno (2013) is een mix van gedramatiseerde fictie en gefingeerde actualiteit. Deze korte film van Yael Bartana wordt vertoond op een groot doek, in zaal 1.9 van het Stedelijk Museum van Amsterdam. In hetzelfde museum – maar op de vorige en tijdelijke locatie van dit museum – heb ik in 2006 het werk van Shirin Neshat voor het eerst gezien. Ook toen was ik volkomen verrast door wat ik zag. Immers, in het werk van Neshat draait het eveneens om rituelen, om de kracht van de groep en het mysterie van de gewijde handeling. Bill Viola heb ik al even genoemd: hij staat in zijn werk stil bij belangrijke ogenblikken in het leven, van het individu én van de gemeenschap (het collectieve geheugen). En ook het werk van Viola heeft me destijds overrompeld. Trouwens, je zou het inmiddels een stroming kunnen noemen:  kunstenaars die zich bezighouden met het ritueel als onderwerp van videofilms en foto's. Het begint als een beekje en groeit uit tot een stroming. Persoonlijk en lokaal gebonden onderwerpen worden universele thema’s.
Misschien dat deze film van tweeëntwintig minuten wel de essentie van geloven betrapt, want wat is namelijk het geval: a) Mensen geven gehoor aan een bevel van hogerhand. b) Ze verlaten de beslotenheid van hun huizen en ze zoeken de straten op om te gaan naar een andere vorm van beslotenheid. c) Ze komen samen, ze vieren aanbidding: in een groter verband, in een groter en vooral hoger huis. d) Ze streven naar eenwording. 
Bartana bestempelt hun geloof echter als goddeloos - het is immers niet het Joodse volk dat hier een tempel bouwt maar een moderne Pinkstergemeente in Rio di Janeiro (niet in São Paulo) -  en ze laat een deus ex machina dood en verderf zaaien onder de naïeve gelovigen. Na deze dramatische ontknoping zien we een klaagmuur: die van Jeruzalem, al staat deze replica in Rio di Janeiro. Een geruststellend plaatje zo te zien, met toeristen, relisouvenirs en een namaakJezus. In dit opzicht levert Bartana kritiek op de idolatrie van mensen die iets of iemand aanbidden. 

Yael Bartana, Inferno, 2014, single channel DCP video 22 min.
Courtesy Annet Gelink Gallery, Amsterdam

Van een wonderbaarlijke schoonheid is deze film. Bartana laat ons genieten van dood en verwoesting. We zien een jongeman voorbij rennen: zijn gewaad staat in lichterlaaie. We zien pelgrims in peilloze diepten vallen en voorgoed verdwijnen. We horen het gedruis van een ineenstortend gebouw. We verbeelden ons dat we het stof op onze tong proeven. Alles – zo lijkt het – wordt uit de kast gehaald om het drama dat hier plaatsvindt te intensiveren. Er wordt niets uitgelegd. Het gaat om het effect. Dat geldt ook voor de hogepriester, een rol die wordt vertolkt door een zwarte man. Hij komt drie keer heel nadrukkelijk in beeld; de eerste keer zoomt de camera in op zijn gezicht: zijn ogen absorberen de massa. De tweede keer zie je zweetdruppels op zijn gezicht verschijnen. De derde keer is het geen close-up, je ziet hem als enige door de verlaten tempel schrijden. Hij waant zich overlevende. De volgende scene laat ons zien hoe de tempel instort en moet ik heel even aan de Oudtestamentische richter Simson denken.
Misschien wordt dat gevoel van schoonheid wel opgeroepen door de uitgebalanceerde fotografie en de dito enscenering (mise-en-scene). Maar net als in aantal schilderijen van Caravaggio is er sprake van een morbide onderstroom die niemand zal ontgaan. Sommige toeschouwers staan op en verlaten abrupt de (film)voorstelling. Want: waar kijk je eigenlijk naar? Naar een moderne sekte die een oudtestamentisch ritueel imiteert en als zodanig door de regisseur wordt gepersifleerd  –  denk aan het wit van de gewaden, de kleurrijke hoofdtooisels, de naïeve imitatie van de oogstfeesten  –  maar tijdens het gebed (kaddesj) wordt afgestraft door de naijvere Jahwe? Heel verwarrend. Bovendien lijkt de videoproductie op een documentaire, een documentaire met een boodschap, een boodschap van boven. Kortom: beeldretoriek alom.
Nog lastiger is dit: Waar ligt de grens tussen fictie en actualiteit? De tempel staat niet in São Paulo maar in Rio di Janeiro. De film is gemaakt in 2013 maar in de titel vooraf wordt het jaar 2014 vermeld. Het ís nu 2014. Bovendien is het gegeven op zich ongeloofwaardig: een of andere christelijke sekte die een Joodse tempel nabouwt. De tempel zou dit jaar voltooid moeten worden. 
Op die vraag heb ik natuurlijk geen antwoord, daar gaat het ook niet om. Het is eerder zo dat Bartana ons een spiegel voorhoudt: waar houdt geloof op en begint fictie? Of is er geen verschil?
Tenslotte dit: wat fotografie betreft lijken de scenes (zeker de close-ups) tijdens de ineenstorting van de tempel op de theatrale schilderijen van Caravaggio, de zestiende-eeuwse schilder die beroemd is geworden door zijn toepassing van het clair-obscur: grote contrasten tussen lichte en donkere partijen die het drama van de scenes benadrukken. Af en toe lijkt het alsof je naar een pietà of een stilleven van Caravaggio zit te kijken. Stilleven mag je dan letterlijk opvatten, want uit de mensen die er deel van uitmaken, is het leven inmiddels geweken.

De film is nog tot half juni te zien. Hij behoort niet tot de collectie van het Stedelijk Museum. 

link

De film gemaakt in opdracht  van het Pérez Art Museum, Miami en 19de Sydney  Biënnale (2013). En is mede mogelijk gemaakt door Contemporary Art Partners, New York en het Mondriaan Fonds. 

Met dank aan het Stedelijk Museum en Annet Gelink Gallery, Amsterdam


Ook voor de afbeelding op de achtergrond van deze blog geldt het volgende onderschrift:
Yael Bartana, Inferno, 2014, single channel DCP video 22 min.
Courtesy Annet Gelink Gallery, Amsterdam





zaterdag 29 maart 2014

in het licht van de schaduw - over het werk van Nik Christensen

All I Ever Really Wanted Was A Jungle, And A Jungle I Got - Nik Christensen

Vandaag ben ik in Amsterdam en zie ik in de galerie van Gabriel Rolt een werk hangen met deze titel: All I Ever Really Wanted Was A Jungle, And A Jungle I Got.  Het is een van tekeningen in sumi inkt van Nik Christensen. Gabriel is er niet, Christopher wel, hij heeft een boek over het werk van deze kunstenaar vormgegeven. We hebben het over deze tekening die me doet denken aan een schilderij dat doorgaans wordt toegeschreven aan Gustave Caillebotte (1848 - 1894), al zijn er twijfels over de maker. Titel van het schilderij is Het bosmeertje (zie afbeelding). Het museum van Gouda houdt nog even een slag om de arm: Liesbeth Mulder heeft inmiddels opdracht gekregen om er onderzoek naar te doen. Maar dit terzijde. Onlangs heb ik dit schilderij  gezien in het museum van Gouda, toen ik met mijn zus de tentoonstelling van Henri Fantin-Latour (1836 – 1904) bezocht. Bijna hadden we deze schilderijen gemist: die van de Haagse School en van de Franse school van Barbizon. In de museumwinkel zag ik een kaart van Het bosmeertje liggen en toen we de kaart wat beter bekeken, vroegen we ons af of we soms iets over het hoofd hadden gezien. Dat bleek inderdaad het geval te zijn. Prachtige schilderijen hangen er op de eerste verdieping van de kapel: van Tholen, Daubigny, Weissenbruch om maar een paar schilders te noemen.
Terug naar Het bosmeertje. Caillebotte schildert aanvankelijk realistisch, later wordt zijn manier van schilderen beïnvloedt door wat wij het impressionisme zijn gaan noemen. Het parasolletje op het schilderij laat ons weten waar de zon vandaan komt (de donkere wolken accentueren de lichtval), het doekje waar de schilder aan werkt licht blauw op, al is het blauw op het doekje een ander blauw dan het blauw aan de hemel. Is de schilder die wordt afgebeeld op het schilderij de schilder die dit schilderij heeft gemaakt? Dat denk ik al heel gauw. Waarom denk ik dat? Is het omdat de wolken aan de hemel dezelfde kleur hebben als de kleur van het parasolletje en van de achtersteven van het bootje?  Of wil ik dat graag denken? In ieder geval is het een uitzonderlijk mooi schilderij, je zou het idyllisch kunnen noemen. Kleurrijk en tegelijkertijd intiem.

Het bosmeertje - Gustuve Caillebotte

In bovengenoemde tekening (All I Ever Really Wanted Was A Jungle, And A Jungle I Got) heeft de maker iets anders op het oog. Alles wil groter worden, de planten, de bloemen, zelfs de parasols lijken eraan mee te doen (ze kunnen zich niet bedwingen), maar de afgebeelde schilder of tekenaar blijft zichzelf; zijn stoeltje, de rand van zijn hoed en het doek waarop hij schetst of schildert, bestaan uit min of meer rechte lijnen. Zelfs de houding waarin de kunstenaar op zijn stoeltje zit is hoekig: statisch – te midden van extase; concentratie - te midden van overdaad. Het is de reactie van de kunstenaar op een stroom aan informatie: hij beperkt zich tot een rechthoekige vorm (de drager).

Don’t sleep on your moon - Nik Christensen

Wat me aan deze tekening (Don't sleep on your moon) opvalt, is dat de lezers allen mannen zijn en dat hun gestalten niet worden weerspiegeld in het water dat hen min of meer omringt; de bomen wel, de mannen niet. Wat duidelijk op de voorgrond treedt zijn de repeterende blokpatronen die zouden kunnen verwijzen naar fotografie (grijswaarden als referentiekader), maar die je ook zo kunt interpreteren; ze staan voor de derde trap van een reeks metamorfoses: hout wordt papier, papier wordt boek, boek wordt pixels.
Maar wat zie je op deze tekening?  Zes mannen zitten te lezen bij het licht van de zon (het is dag). De mannen zijn afgescheiden van de rest van de wereld. Ze zitten in een kring. Op de plaats van het vuur ligt een berg boeken. Het lijkt alsof de mannen op zoek zijn naar iets. De boeken die ze hebben doorgespit en waarin ze niets van waarde hebben aangetroffen, hebben ze op de groeiende boekenberg gesmeten. Wellicht hebben ze haast want de pixels nemen in aantal toe, de boeken staan op het punt van verdwijnen, net als de mannen zelf. Nog even en het digitale vuur tast ook de rest van dit beeld aan. Terzijde: misschien moeten vrouwen hen/ons redden, want die blijven ook hier buiten beeld (net als in het overige werk van Christensen).

De verwijzing naar Tegen de keer (1884) van Joris-Karl Huysmans in het persbericht van Gabriel Rolt komt niet helemaal uit de lucht vallen. À Rebours is de bijbel van het symbolisme. En dat symbolisme herken ik wel degelijk in het werk van Christensen. Al zou ik het liever similisme willen noemen (ikelnot*). En nu we het toch over dit boek hebben, zou ik de aandacht willen vestigen op de rol van de macabere oogjes in het werk van Odilon Redon: ze maken deel uit van de zogenaamde noirs (die in dit boek ook worden besproken). Misschien zijn de in grijswaarden verspringende blokjes van Christensen wel de oogjes van Redon. En wat me nu pas opvalt – correctie –, invalt is dit: het werk van Christensen is beweeglijk, dat van Redon oogt statisch (even statisch als de bijbel van het symbolisme leest).

* ik kom er later nog op terug 

linkjes

vrijdag 14 februari 2014

In Memoriam Huib Spek

Huib staat hier voor de muur waarop hij een schildering heeft gemaakt. Het oorspronkelijke ontwerp heeft hij op de computer gemaakt. Dat ontwerp heeft hij op de muur sterk uitvergroot. Dit was tijdens de Open Atelier Route in Kruitberg (2001). 

Eind 1991 of begin 1992 heb ik Huib leren kennen toen ik aan de slag ging bij Betondruk, een zeefdrukwerkplaats die onder de zogenaamde Buurtwerkplaatsen viel. Dit waren projecten die werden aangestuurd door welzijnsstichting BZO (in 2000 opgegaan in Alcides). Toon Weijenborg was de coördinator (nu eigenaar van Camping Zeeburg). Ik woonde destijds op de flat Echtenstein en Betondruk bevond zich in de flat Gerenstein, net naast de doorgang richting winkelcentrum Ganzenhoef.  De kunstenaars die er regelmatig over de vloer kwamen waren Ria Uriot (docent zeefdrukken), Marij Cranen, Clara Vollaard en Huib Spek. Later kwamen Freddy Lap, René Tosari, Guido Rooijmans, Peter Acheampong, Thea Boonstra erbij en volgden andere kunstenaars uit de Bijlmer hun voorbeeld. En laat ik Jenny van Dalen niet vergeten die eind jaren negentig bij Betondruk is gekomen: als een zeer enthousiaste én gewaardeerde collega dus. Ook Henno Eggenkamp, de Bijlmerbeliever bij uitstek, liet er regelmatig zijn gezicht zien. Van Ria Uriot heb ik in grote lijnen het zeefdrukken geleerd, maar van de samenwerking met Huib heb ik het meeste opgestoken. Bovendien vond er al snel een soort taakverdeling plaats; mijn taak bestond vooral uit drukopdrachten binnenhalen, daarnaast regelde ik de administratie en legde ik verantwoording af aan Toon Weijenborg (later Gelske Martens). Huib ging zich al snel toeleggen op het (re)produceren van films, de reprocamera werd naar zijn woning aan de Kolfschotenstraat verplaatst en zo ontstond er een nauwe samenwerking tussen Huib en mij. Aangezien Huib al snel vertrouwd raakte met de computer was hij in staat om films te maken met behulp van prints (transparante A4-tjes). Deze films had hij zo ontworpen dat hij ze met doorzichtige tape aan elkaar kon plakken zodat er een geheel ontstond om het te kunnen gebruiken bij het belichten van de zeef: een uiterst secuur werkje. Zo ontstond de basis voor het zeefdrukken voor derden én voor ons eigen werk: Betondruk zou zichzelf in stand moeten houden en daar waren inkomsten voor nodig: we hadden immers niet alleen te maken met de huur van het pand maar ook met afschrijving e.d. 
Huib was de vrijwilliger par excellence: hij weigerde pertinent om deel uit te gaan maken van het team op een andere basis, bijvoorbeeld als banenpooler (voorloper van de zogenaamde Melkertier). Dus aan mij de taak om te bemiddelen. Huib was iemand die afstand wilde bewaren. Waarom? Dat was en is zijn zaak. Daar blijf ik af. Zelfs tijdens ons laatste en korte telefoongesprek op Nieuwjaarsdag liet hij dit woord vallen: Ik bekijk het een beetje op een afstand. Zijn stem klonk zwak en hij voelde pijn in zijn botten (zei hij nog) maar het kwam er nog even beslist uit als jaren geleden.

Begin jaren negentig had Huib in zijn tekeningen een eigen handschrift ontwikkeld. En als we het over zijn werk hadden, vielen al gauw de namen van Jackson Pollock en van Willem de Kooning. De grote gebaren van deze voorbeelden waren Huib echter totaal vreemd. Het werk waar ik op doel is klein van formaat: 35 x 33,5 cm (zie afbeelding hierboven). Het waren krijttekeningen; krassen en lijnen, kervingen op papier: resultaat van een gemengde techniek. Deze tekeningen maar ook enkele latere tekeningen op de computer doen me - nog steeds - denken aan het werk van Jean DuBuffet. 

Hij ontwerpt ook muurschilderingen: ze zijn opgebouwd uit kleurvlakken met donkere, zwarte contouren. Het figuratieve element blijft aanwezig. Op dit werk zie je een dier afgebeeld en wellicht een zon. De vlakverdeling is belangrijk. 

Huib en ik hebben meerdere affiches ontworpen voor OAZO: de stichting die pas werkelijk iets ging betekenen toen Bert Grol en Corine Spoor als bestuursleden aantraden en zich ook met de dagelijkse gang van zaken gingen bemoeien (maar dat is een heel ander verhaal). De werkwijze was als het volgt: ik leverde een aantal foto's aan waaruit hij er een of twee koos die hij vervolgens bewerkte. Daarna bekeken we het resultaat. Ook leverde ik de gegevens aan (gecheckt en al) en dan ging hij weer verder met het bewerken van de foto. Zo hebben we heel wat uren samen doorgebracht. Hij achter de computer, ik ernaast. Daarna dronken we een kopje thee in de tuin (hij woonde toen in een benedenwoning in Holendrecht). Een stukje grond van zeg zes bij acht meter dat hij zorgvuldig bijhield: het grasveldje knipte hij keurig op de gewenste hoogte en zijn planten verzorgde hij met veel aandacht en liefde. Later kwam er een konijn bij. En nog een. Zo zijn de verhalen over Pien en Kobus ontstaan.

Een aantal keren hebben we in opdracht van Open Ateliers Zuidoost een serie kunstkaarten ontworpen en laten drukken. De taakverdeling leek op die bij het ontwerpen van de bovengenoemde affiches. Ik deed de fotografie en leverde de teksten aan, Huib nam het ontwerpen (DTP) voor zijn rekening. Dat waren grote klussen. Niet alleen het ontwerpen maar ook het eindeloos checken van wat ik kreeg aangeleverd: zowel van de kunstenaars als van Huib. Het waren inspannende weken maar als de kaarten eenmaal waren gedrukt, waren we meestal tevreden; voor zover ontwerpers en fotografen (en drukkers) dat kunnen überhaupt zijn. In dat licht dus.

In 2005 werd er een wedstrijd uitgeschreven door een of andere commissie van Open Ateliers Zuidoost om een affiche te ontwerpen voor de komende atelierroute. Vier ontwerpers kregen de kans om mee te doen. Dit ontwerp van Huib is het niet geworden. Net niet. Men vond het ontwerp te artistiek (dat is wat ik van Huib hoorde). 'Maar ik ben toch kunstenaar! ', mompelde hij, enigszins verongelijkt. 

"Op een dag bleek er opeens een klein bruin konijn onder de bank te zitten, dat zich voorstelde als Pien. En ze had honger, en kon hij misschien wat voor haar klaarmaken? En niet al te lang daarna dook er nog een konijn op, die zei dat hij Kobus heette. En hij had eigenlijk dus ook wel honger. En toen kreeg de man (die inmiddels Grootkonijn werd genoemd) het nogal druk."
Dit is een stukje van de  tekst die op de achterflap van Pien en Kobus staat. Het boekje is in 2008 door Huib in eigen beheer uitgegeven. Hij was er - als ik het juist heb - al vanaf 2005 mee bezig. Het zijn grappige verhalen met een ironische ondertoon. De tekeningen van de konijnen en hun leefomgeving zijn met liefde getekend. Hij had er plezier in. Ook in deze verhalen speelt de afstand tot de hoofdpersoon van het boek een belangrijke rol: die van Grootkonijn dus. Dit is het linkje naar Pien en Kobus want er is natuurlijk ook een website (daarmee is het ooit begonnen)www.pienenkobus.nl/

De afstand tussen mij en Huib was in de loop der tijd wat groter geworden, want hij woonde in Amstelveen en ik woonde tot september vorig jaar nog steeds in Amsterdam Zuidoost. We gingen af en toe naar een museum. Zo onderhielden we onze vriendschap.
In augustus van het vorige jaar heb ik Huib voor het laatst gezien en dat was bij en in het Cobra Museum in Amstelveen. Daar hing werk van de Oostenrijker Hundertwasser. Zijn werk werd gepresenteerd onder de titel: De rechte lijn is goddeloos. Dat geldt eveneens voor het werk van Huib, ook in zijn werk zie je geen echte rechte lijnen. We hadden het over DuBuffet, Schiele, Dada en écriture automatique. Zo slenterden we door de zalen vol schilderijen, ontwerpen, foto's en tekeningen. Filmpjes boeiden ons minder.
Ik had groot nieuws, ik zou verhuizen naar Hattem en dat was een van de dingen waar we het  - zittend op het bankje voor het museum - nog over hebben gehad. Zou hij ook niet willen verhuizen? Ja, maar dan wel in de buurt van Amstelveen. Een huisje aan een dijk of zo. Dat zou een droom blijven, want niet veel later hoorde ik dat Huib ziek was. Monique van der Feer - zijn hulp en toeverlaat tijdens de laatste jaren en vooral tijdens de laatste maanden van zijn leven - belde me half oktober op om me het nare nieuws te vertellen. Wellicht dat ze samen nog een keer langs kwamen, hier in Hattem (daar woonde ik inmiddels). Dat is er echter niet meer van gekomen. Ik heb Huib nog een paar keer over de telefoon gesproken. Zijn stem klonk rustig, hij moest weer eens naar het ziekenhuis. Diagnose: er was een kwaadaardige tumor in zijn hersenen aangetroffen. En uitzaaiingen alom.

Met familie en vrienden (onder wie ook de zogenaamde Pien-en-Kobusvrienden) hebben we in een uitvaartcentrum in Aalsmeer afscheid van Huib genomen. Hij lag in een smalle kist, er lag een boekje op zijn borst (zijn notitieboekje): weg was het leven. Zo onnatuurlijk stil lag hij erbij. Ieder van ons had wel iets over hem te vertellen. Hier heb ik zijn jongste broer weer ontmoet en heb ik kennisgemaakt met zijn beide oudere zussen én hun partners en kinderen, onder wie Anneke Wilbrink, zijn nichtje over wie Huib wel eens iets had verteld. Ze woont in Zwolle en maakt intrigerende schilderijen: Huib was wel eens met haar naar een tentoonstelling geweest. Anneke zelf becommentarieerde dit op haar manier: 'Je hoefde Huib in ieder geval niets over kunst te vertellen.'

Na het afscheid in het uitvaartcentrum in Aalsmeer - de volgende dag zou Huib worden gecremeerd - ben ik met Anneke en haar moeder meegereden naar Huizen waar Dirk en zijn echtgenote Marjon wonen: daar hebben we samen met de andere verwanten een borrel gedronken en hebben we brood met soep gegeten. Dat was een mooie en hartelijke afsluiting van deze droevige dag: de dag van maandag 13 januari.

Huib Spek is in 1946 geboren in Nieuwveen en hij is op donderdag 9 januari dit jaar gestorven in Amsterdam. Na zijn middelbare schooltijd heeft hij psychologie gestudeerd aan de VU. Vanaf 1985 woont hij op twee verschillende locaties in de Bijlmer. Van 1985 tot 1990 heeft hij een kunstzinnige opleiding gevolgd bij Atelier Formule in Amsterdam Noord. In 2009 is hij vertrokken naar Amstelveen, daar heeft hij tot aan zijn dood gewoond.

Huib Spek - Ontwerpen/zeefdrukken/coproducties

Hieronder een aantal ontwerpen/zeefdrukken van Huib Spek.
Wellicht wordt het aantal nog uitgebreid.

Affiche Peperbussenproject 2004 


concept Affiche 
2004


Affiche Open Ateliers 2001
Coproductie Huib Spek/Germen Oosterhof


Affiche Open Ateliers 1999
Coproductie Huib Spek/Germen Oosterhof


Zeefdruk op een stukje karton.
Coproductie Huib Spek/Germen Oosterhof
Ooit, in de jaren '90.

Huib Spek - Eigen werk

Hieronder een aantal werken van Huib Spek.
Wellicht wordt het aantal nog uitgebreid.

Zon, huis, nacht
bitmap
2002


Rolling sun
2002
ontwerp voor muurschildering


Muurschildering In binnenstraat Kruitberg
2001


Bloem  
7, 9, 11,13, 14, 15, 17, 18, 23, 27, 28, 31
1998/1999


‘zonder titel’
computer/zeefdruk
1995


zonder titel
tekening / gemengde techniek
35 x 33,5 cm
1992

woensdag 29 mei 2013

Tosari keert terug naar Suriname


  
Vrijdagavond (19.05.13) hebben we afscheid kunnen nemen van René Tosari. Zijn dochters waren ook aanwezig en met beiden heb ik nog een tijdje staan praten. Tamina liet me in de loop van de avond een foto zien van een knappe jonge man met een strooien hoed op en een donkere bos haar. Hij kijkt de fotograaf enigszins ironisch aan. Volgens welingelichte bron moet hij ongeveer twintig jaar zijn geweest. Hij was op dat moment in Suriname, tijdens een uitstapje met collega's en studenten van het NIKK (Nationaal Instituut voor Kunst en Kultuuronderwijs).
Sara Mattens in the spotligts. Zij beet de spits af. Hier gefotografeerd in het licht van de diaprojector die haar verhaal over de kleurrijke levenswandel van Tosari accentueerde. De lichtprojectie toonde beelden van Tosari, zijn werk en zijn atelier. Bert Grol - ooit voorzitter van OA Zuidoost  -  werd ook nog even genoemd. In 2011 is hij overleden. We missen hem.
Guido Rooymans vertelde het een en ander over de beginjaren van stichting OA Zuidoost en stond vooral stil bij de momenten waarop Tosari een belangrijke rol heeft gespeeld. Tosari is geen groot bestuurder maar Tosari wist wel mensen aan zich te binden. En dat is misschien nog wel belangrijker want een groep die uit zoveel verschillende individuen bestaat heeft altijd een spil nodig. Tosari was en is zo iemand.
Aileen bood uit naam van de kunstenaar een doos met geld aan. 
Het is bestemd voor een boek over leven en werk van Tosari.
Priscilla, jongste dochter van Tosari, kondigde aan dat ze bezig is met het boek over het leven en het werk van haar vader  en vroeg iedereen zijn of haar e-mailadres aan haar door te geven. Mocht het zover zijn, dan worden we op de hoogte gesteld.
Marion Jonk, destijds projectleider van Matchpoint (Cultuureducatie voor primair en voortgezet onderwijs) was er ook en zij hield een ware lofrede op de rol van Tosari speelde binnen de kunstenaarskolonie, hier in Zuidoost. Aanvankelijk kende Marion geen enkele kunstenaar alhier maar daar kwam dankzij Tosari snel verandering in. Marion had een paar mappen samengesteld van de kunstenaars die in de periode 1998 - 2008 actief zijn geweest in het geven van workshops aan leerlingen van het VMBO. Allemaal activiteiten in het kader van CKV.
Tamina, oudste dochter van Tosari, gaat rond met de hapjes. Ze zei nog tegen me dat ze zich wel een beetje zorgen maakte over haar vader want vindt hij wel rust in Suriname? Tosari kennen we immers allen als een onrustige geest die altijd weer op zoek is naar nieuwe uitdagingen. Is Suriname dan niet te klein voor hem?
Ed liet me vol trots zijn tatoeages op zijn linkerarm zien. 
En via zijn t-shirt kwam het gesprek op Iron Maiden, roken en  SAME (graffitischrijver).
Jopie Huisman kwam later ook nog even langs. 
Met d'n drietjes op de foto dus.
De rokers onder ons zoeken hun heil elders.
Bij de ingang van het atelier, onderaan de trap.
De doos.

Overige foto's

zaterdag 18 februari 2012

Jef Faes in Retort

Afgelopen dinsdagavond stond in het teken van bijen. Jef Faes was de belangrijkste gast, hij is de kunstenaar wiens werk te zien op de expositie '9-keto-trans-2' in Retort Art Space, Amsterdam. 
Jef Faes gaat het om de vorm, de structuur van wat hij aantreft of zelf maakt.  Groot en klein, macrokosmos en microkosmos, alles heeft dezelfde structuur. Misschien kan de mens het ooit nog eens gebruiken wat ik doe, zo merkte hij op aan het slot van het diner. Want dat was de vorm waarin deze avond was gegoten.
Ook werden de gasten bijgepraat door de aanwezige imkers. Gerard van Merriënboer was een van hen. 
De vrouw die aan de lange tafel naast mij zat vroeg even aandacht voor haar engelen. Of we een paar minuten stilte in acht wilden nemen:  zodat alle aanwezigen hun aandacht konden richten op het probleem waarmee de bijen over de gehele wereld worden geconfronteerd. Het ontbreekt de bijen blijkbaar aan aandacht: van ons en van de engelen.
En dit is Rene Genet, de stadsimker van Amsterdam. Hij wist in hoog tempo veel te vertellen. 
Simon Delobel, curator van Verbeke Foundation was ook aanwezig. Deze stichting is in 2007 in het leven geroepen door het echtpaar Verbeke (Geert en Carla Verbeke Lens). De stichting beschikt niet alleen over een digitale ruimte (site) maar ook over een landgoed dat twaalf hectare natuurgebied beslaat. Op dit landgoed zijn de loodsen van het vroegere transportbedrijf van Geert Verbeke veranderd in expositieruimtes. 
Aan het eind van de avond werd The Colony vertoond. Een documentaire over bijentelers in de Verenigde Staten.
'If the bee disappeared off the surface of the globe then man would only have four years of life left.' Dit citaat wordt toegeschreven aan Einstein.

Links
Retort: http://www.retortartspace.nl//

Colony (2009), trailer van vertoonde documentarie: http://www.idfa.nl/nl/tags/project.aspx?id=3E041845-5C3A-4162-89A8-0D9DB37E3AF8

Verbeke Foudation: http://www.verbekefoundation.com/

Imkers:http://imkers.blogspot.com/
http://imkers.blogspot.com/2011/08/beetje-ingewikkeld-maar-wel-interessant.html